Waarom praten over gevoelens niet altijd werkt bij jonge kinderen
Misschien herken je het wel. Je ziet dat een kind boos is, verdrietig of bang. Je probeert erover te praten, stelt vragen, maar het kind kijkt weg of haalt zijn schouders op. Of je krijgt als antwoord: “Weet ik niet.” Terwijl je aan alles kunt zien dat er wel degelijk iets speelt. Praten over emoties lijkt logisch, maar bij jonge kinderen stuit je vaak op een muur. Ze hebben de woorden nog niet, of ze durven hun gevoelens niet te delen. Soms weten ze zelf niet eens wat ze voelen.
In deze blog vertel ik waarom praten alleen vaak niet genoeg is en hoe poppenspel kinderen kan helpen om moeilijke emoties te begrijpen en te verwerken.
Het probleem: emoties blijven opgekropt zitten
Veel ouders, leerkrachten en pedagogisch medewerkers worstelen ermee om jonge kinderen te helpen bij het begrijpen en uiten van complexe emoties zoals angst, boosheid of verdriet. Je ziet dat een kind moeite heeft, maar je krijgt er geen vat op. Het kind sluit zich af, wordt stil of juist druk. Emoties die niet worden uitgesproken, verdwijnen niet vanzelf. Ze blijven zitten en kunnen later tot allerlei problemen leiden.
Denk aan gedragsproblemen in de klas, slecht slapen, buikpijn zonder duidelijke oorzaak, of moeite met vriendjes maken. Een kind dat niet leert om zijn gevoelens te herkennen en te benoemen, loopt vast. En jij als volwassene voelt je machteloos. Je wilt helpen, maar weet niet hoe je het kind bereikt.
Waarom praten vaak niet werkt
Kleuters en jonge schoolkinderen hebben een beperkte woordenschat voor emoties. Ze kennen misschien ‘blij’ en ‘verdrietig’, maar woorden als ’teleurgesteld’, ‘gefrustreerd’ of ‘onzeker’ zijn te abstract. Ook hebben ze vaak nog niet door wat ze precies voelen. Een kind kan boos lijken, terwijl het eigenlijk bang is. Of het voelt zich verdrietig, maar weet niet waarom.
Daarnaast durven kinderen niet altijd te vertellen wat er speelt. Ze zijn bang voor de reactie van volwassenen, schamen zich, of denken dat hun gevoelens niet mogen. Als je dan vraagt: “Wat is er?”, krijg je geen antwoord. Het kind wil wel, maar kan niet.
Er zijn natuurlijk methodes om kinderen te helpen. Emotiekaarten, praatplaten, verhalen over gevoelens. Die kunnen helpen, maar vaak blijft het afstandelijk. Het kind kijkt naar een plaatje van een boos gezicht, maar voelt niet de verbinding met zijn eigen boosheid. Het blijft iets buiten zichzelf.
De valkuil van directe vragen
Als je merkt dat een kind verdrietig is en je vraagt: “Ben je verdrietig?”, dan kan dat confronterend zijn. Het kind voelt zich betrapt, of vindt het eng om toe te geven. Soms zegt het kind gewoon ‘nee’, ook al klopt dat niet. Want toegeven dat je verdrietig bent, voelt kwetsbaar. Zeker als je nog klein bent en niet weet of je gevoelens oké zijn.
Ook vragen als “Waarom ben je boos?” werken vaak niet. Een kind weet het antwoord simpelweg niet. Het voelt zich boos, maar kan niet uitleggen waarom. Dat maakt het alleen maar frustrerender. Voor het kind en voor jou.
Wat je ook tegenkomt is dat kinderen hun emoties verstoppen achter gedrag. Ze gaan schreeuwen, slaan, of juist heel stil in een hoekje zitten. Jij ziet het gedrag, maar de emotie erachter blijft verborgen. En zonder die emotie te kennen, kun je het kind niet echt helpen.
Wat gebeurt er als emoties niet worden verwerkt?
Als een kind zijn gevoelens niet leert begrijpen en uiten, stapelen ze zich op. Dat zie je terug in allerlei signalen. Een kind dat vaak buikpijn heeft zonder dat er lichamelijk iets aan de hand is. Een kind dat ’s nachts wakker wordt of nachtmerries heeft. Een kind dat snel boos wordt of juist helemaal niets meer laat zien.
Op school kan het leiden tot concentratieproblemen. Het kind is met zijn hoofd bij zijn onverwerkte emoties, niet bij de les. Of het gedraagt zich uitdagend, omdat het niet weet hoe het anders aandacht kan vragen voor wat er van binnen speelt.
In de omgang met andere kinderen zie je het ook. Een kind dat zijn emoties niet begrijpt, begrijpt die van anderen ook minder goed. Dat maakt vriendschappen ingewikkeld. Het kind reageert te heftig, of juist niet, en raakt geïsoleerd.
Hoe poppenspel helpt
Hier komt poppenspel om de hoek kijken. Poppenspel biedt een veilige, speelse manier om emoties bespreekbaar te maken. Doordat kinderen meekijken naar poppen die worstelen met dezelfde gevoelens, herkennen ze zichzelf zonder dat het direct over henzelf gaat. Ze kunnen lachen om de boze draak, meeleven met het bange konijntje, en zo leren dat emoties er mogen zijn.
Het mooie is dat kinderen zich niet beoordeeld voelen. Ze kijken naar een pop, niet naar zichzelf. Maar wel herkennen ze hun eigen gevoelens in wat de pop meemaakt. Dat schept afstand en veiligheid. Het kind hoeft niet toe te geven dat het zelf bang is, maar ziet wel dat het oké is om bang te zijn.
Na de voorstelling ontstaat vaak vanzelf het gesprek. Kinderen durven dan eerder te vertellen wat ze zelf voelen, omdat ze het eerst bij de poppen hebben gezien. Ze zeggen dingen als: “Dat konijntje was net als ik.” Of: “Ik was ook een keer zo boos.” Zo wordt poppenspel een bruggenbouwer tussen het innerlijke gevoel en het kunnen benoemen ervan.
Wat maakt poppenspel zo krachtig?
Poppen spreken de verbeelding van kinderen aan. Ze leven mee, ze reageren, ze voelen zich betrokken. Tijdens een voorstelling zie je kinderen roepen naar de poppen, ze waarschuwen, ze aanmoedigen. Ze zijn er helemaal bij. En juist doordat ze zo betrokken zijn, gaan de boodschappen dieper.
Een pop mag fout zijn, mag boos zijn, mag bang zijn. En daar wordt de pop niet minder om. Sterker nog, vaak wordt de pop juist geholpen door andere poppen of door het publiek. Kinderen zien dat het oké is om hulp te vragen, om toe te geven dat je iets moeilijk vindt. Dat zijn lessen die veel meer beklijven dan wanneer je ze uitlegt.
Ook leren kinderen door poppenspel dat emoties voorbijgaan. De boze draak wordt weer vrolijk, het bange konijntje vindt moed. Dat geeft hoop en perspectief. Kinderen begrijpen dat een naar gevoel niet voor altijd blijft.
Wat kun je ermee in de praktijk?
Na een poppenspelvoorstelling kun je gemakkelijker met kinderen in gesprek. Je kunt verwijzen naar de poppen: “Weet je nog hoe dat konijntje zich voelde?” Dat is veel minder bedreigend dan vragen: “Hoe voel jij je?” Kinderen durven dan eerder te delen.
Je kunt het ook gebruiken om situaties te bespreken. Als er iets vervelends is gebeurd in de klas, kun je zeggen: “Net zoals die pop deed, hè?” Kinderen herkennen het en voelen zich begrepen. Dat opent deuren.
Ook thuis kun je erover doorpraten. Ouders vertellen me regelmatig dat hun kind na een voorstelling ineens begon te praten over dingen die al een tijdje speelden. De voorstelling had iets losgemaakt.
Laat poppenspel voor je werken
Als je merkt dat een kind vastloopt in zijn emoties, overweeg dan eens een poppenspelvoorstelling. Het hoeft niet ingewikkeld. Een half uurtje poppenspel kan al een wereld van verschil maken. Kinderen zien dat emoties normaal zijn, dat iedereen ze heeft, en dat je er hulp bij mag vragen.
Wil je weten hoe poppenspel jouw kinderen kan helpen? Neem dan contact op met het poppentheater voor een voorstelling. Ik kom graag naar je school, kinderdagverblijf of organisatie om kinderen op een speelse manier te laten kennismaken met hun eigen gevoelens. Laat je het snel weten? Klik op de knop onder dit bericht.


